Barbara Broekman

Broekman werkt vanaf het begin van haar kunstenaarschap veel met textiel. In weerwil van het beeld dat hierdoor is ontstaan bij menig museum of kunstcriticus, maakt dit haar niet tot textielkunstenaar in de strikte zin des woords. Dus iemand die uitsluitend is te plaatsen in de hoek van de toegepaste kunsten. Broekman gaat te werk als vrij kunstenaar en gebruikt textiel en de textieltechnieken in de eerste plaats als conceptueel motief. De dubbelzinnigheid van tweedimensionaliteit en tegelijkertijd gelaagdheid van een weefsel vormt een van Broekmans meest gebruikte ontwerpprincipes. Daarnaast is textiel aards en universeel, zintuiglijk en toegankelijk. Het werken met textiel is voor Broekman geen doel op zichzelf maar een middel om zich uit te drukken. Afhankelijk van doel of toepassing van een ontwerp werkt zij eveneens met fotografie, keramiek, beton, linoleum, kunstgras, papier, objets trouvés, verf.

Het denken in kunst-hiërarchische, materiaalgebonden domeinen is overigens achterhaald, zelfs in Nederland. De scheidslijn tussen wat toegepast is en wat vrije kunst vervaagt, zoals dat ook in de eerste helft van de twintigste eeuw vaak gebeurde.
Voor Barbara Broekman geldt dat haar materiaalkeuze te maken heeft met plek of met inhoud.

Gevraagd naar haar drijfveren, naar de motivatie achter haar werk, komt Barbara Broekman telkens weer met één allesomvattende uitspraak: ‘We zijn zo nietig in dit universum en tegelijkertijd zo rijk dat we even mee mogen doen..’, waarmee ze wil zeggen dat ze haar toeschouwers bewust wil laten kijken, wil laten reflecteren op zijn/haar bevoorrechte positie. Juist door hen te confronteren met moeilijke onderwerpen. Zo wil ze met bijvoorbeeld de serie Verlies laten zien dat er naast de destructieve krachten in de wereld de mensheid telkens weer geneigd is zijn omgeving te verfraaien of verbijzonderen. ‘Die scheppende kracht, dat doorgaan, daaruit kun je hoop putten.’
Haar tweede motivatie is dat ze mensen wil overrompelen met de virtuositeit van haar werk: de uitwerking van omvang en beeldende kracht in de eerste plaats, vervolgens de ongelooflijke gedetailleerdheid en nijverheid. Het doel is de toeschouwer te laten genieten van het kijken.
‘Kunst van welke aard ook biedt schoonheid en troost. Daar komt het eigenlijk op neer.’